Belichtingsinstellingen van je camera

Belichtingsinstellingen

Ameland, ©StudioMSF

5 instellingen

Bovenop je camera zit een knop waarmee je kunt kiezen voor een bepaalde belichtingsvoorkeuze. Iedere camera heeft minimaal 5 belichtingsinstellingen, namelijk een automatische en halfautomatisch instelling en drie creatieve instellingen.

  • Volledig automatisch
  • Halfautomatisch (P-stand)
  • Diafragmavoorkeuze (A-stand) (Av-stand bij Canon)
  • Sluitertijdvoorkeuze (S) (Tv-stand bij Canon)
  • Volledig handmatig (M).
belichtingsinstellingen diafragmavoorkeuze, sluitertijdvoorkeuze, M-stand

In de volledig automatische stand heb je helemaal nergens invloed op, alles wordt automatisch geregeld. In de halfautomatische stand, de P-stand wat staat voor Program, regelt je camera de sluitertijd en het diafragma maar kun je zelf de ISO waarde instellen. Met de ISO-waarde regel je de lichtgevoeligheid van de beeldsensor, fotografeer je in een situatie met heel weinig licht dan gebruik je een hoge ISO waarde en bij veel licht gebruik je een lage ISO waarde.

In de tabel hieronder ze je dat je overdag voldoende hebt aan een ISO waarde van 50 tot 200 terwijl je in de avond of nacht een veel hogere ISO waarde nodig hebt vanaf ca. ISO 1600.

ISO-waarde reeks.Wanneer gebruik je welke ISO waarde?

In de automatische en halfautomatisch stand kun je dus geen of heel weinig invloed uitoefenen op het licht. Alhoewel de automatische stand van je camera in sommige gevallen erg handig kan zijn wil je natuurlijk weten hoe je invloed kunt uitoefenen op een foto en dat kan alleen in de creatieve stand van je camera.

Creatieve belichtingsinstellingen

Fotografie betekent letterlijk, schrijven met licht, en als je kunt schrijven met licht dan kun je er dus ook invloed op uitoefenen. Wanneer je een foto maakt dan bereikt het licht door de lens de beeldsensor die het licht omzet in een digitaal beeld.

De manier waarop de beeldsensor wordt belicht is een combinatie van drie factoren: het diafragma, de sluitertijd en de ISO waarde. Deze drie-eenheid vormt de basis van iedere foto en wordt de belichtingsdriehoek genoemd.

  • Met het diafragma regel je de hoeveelheid licht
  • De sluitertijd bepaalt hoe lang de belichting duurt
  • Met de ISO-waarde stel je de gevoeligheid voor licht in van de beeldsensor.

De belichtingsdriehoek is een soort weegschaal die in balans moet zijn, verander je een van de drie pijlers dan heeft dat direct invloed op een van de andere pijlers van de belichtingsdriehoek en dus op het licht.

belichtingsdriehoek afbeelding belichtingsinstellingen ISO waarde, diafragma en sluitertijd

Sluitertijdvoorkeuze stand van je camera (S, Tv)

In de sluitertijdvoorkeuze stand, de S stand of de Tv stand zoals het bij Canon camera’s wordt genoemd bepaal jij de sluitertijd en kiest je camera het diafragma. In deze stand kun je beweging aanbrengen in je foto of je kunt iets wat enorm snel beweegt juist bevriezen.

  • Met de sluitertijd bepaal je hoe lang de beeldsensor wordt belicht.
  • De sluitertijd wordt onderverdeeld in een lange en een korte sluitertijd.
  • Een sluitertijd onder de 1/125e seconde wordt gezien als een lange sluitertijd
  • Alles boven de 1/125e seconde wordt gezien als een ‘korte’ sluitertijd
wat is een korte en lange sluitertijd?

Bij gebruik van een lange sluitertijd kun je beweging aanbrengen in een foto en bij een korte sluitertijd kun je snel bewegende onderwerpen bevriezen. Hoe sneller een onderwerp beweegt hoe korter de sluitertijd moet zijn. In onderstaande foto’s is goed te zien dat de waterdruppels bij een korte sluitertijd van 1/2000 seconde worden ‘bevroren’ terwijl bij gebruik van een lange sluitertijd, in dit geval van 1 seconde, de waterdruppels een soort waas vormen.

Diafragmavoorkeuze stand (A, Av)

In de diafragmavoorkeuze stand, de A stand of de Av stand zoals het bij Canon camera’s wordt genoemd bepaal jij het diafragma en kiest je camera de sluitertijd. Het diafragma heeft een grote invloed op het eindresultaat van een foto omdat je met het diafragma de scherptediepte kunt regelen, je kunt dus regelen welk gedeelte van de foto scherp in beeld komt en welk gedeelte onscherp.

Door te kiezen voor een groot diafagma (laag getal) ontstaat er een kleine scherptediepte waardoor het onderwerp scherp in beeld komt maar de achtergrond onscherp (vaag) zal zijn. Kies je voor een klein diafragma (hoog getal) dan is zowel het onderwerp waarop je scherp stelt als de achtergrond scherp in beeld.

Deze foto is gemaakt in de diafragmavoorkeuze stand en zoals je ziet is de achtergrond onscherp bij een groot diafragma (laag getal), dat is een bewuste keuze geweest van mij en niet van de camera. Ik kan er ook voor kiezen om alles scherp op de foto te krijgen door een kleiner diafragma (hoog getal) te kiezen. Zoals je ziet krijg je dan ineens een totaal andere foto waarbij alles in de achtergrond veel duidelijker in beeld is. In de diafragma voorkeuze stand bepaal jij dus wat scherp op de foto komt en wat niet.  

De M-stand

In de manuele stand van je camera de M-stand heb je totale controle over alles. Je bepaalt het diafragma, de sluitertijd en de ISO-waarde. Fotograferen in de M stand is lang niet altijd mogelijk, in situaties waar het licht continu veranderd is het vrijwel onmogelijk om alles handmatig in te stellen.

Situaties waar het licht stabiel is zijn perfect om handmatig te fotograferen denk aan avond en nachtfotografie, maar ook binnenshuis kun je prima fotograferen in de M stand. Voor studiofotografie is de M stand de enige optie.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.