Opdracht Sluitertijd Proefles

Om te leren werken met de sluitertijd kun je goed oefenen met stromend water. Je kunt hier bijvoorbeeld een plantengieter voor gebruiken, maar wees hier zo creatief in als je zelf wilt, een fontein in een park kan ook prima. Zet je camera bij voorkeur op een statief, wanneer je geen statief hebt dan zul je iets anders moeten gebruiken zoals een keukentrapje of een tafel, zolang je camera maar niet kan bewegen.

Lange sluitertijd

Zet je camera in de sluitertijd voorkeuze stand op een sluitertijd van 1/125s en maak een foto van de waterstraal. Maak een belichtingstrapje door steeds een stop langere sluitertijd te gebruiken, dus van 1/125 naar 1/60 naar 1/30 naar 1/15 etc… ga hier net zo lang mee door totdat de waterstraal een waas is geworden.

TIP: Maak gebruik van de sluitertijdenreeks die je kunt vinden onder ‘Materialen’ en stel de ISO-waarde in op 100 of lager, je camera kiest het diafragma. Kijk wat de invloed is op het diafragma wanneer je de sluitertijd steeds een stop langer maakt.

Korte sluitertijd

Maak dezelfde foto nogmaals maar nu met een korte sluitertijd, begin met een sluitertijd van 1/500s. Maak de sluitertijd steeds een stop korter, dus 1/500s naar 1/1000s naar 1/2000s etc net zo lang totdat de waterstraal en druppels zijn ‘bevroren’.

TIP: Wanneer je gebruik maakt van een korte sluitertijd dan komt er weinig licht binnen omdat de sensor maar heel kort wordt belicht. Doe deze opdracht dus bij voorkeur buiten aangezien je veel licht nodig hebt en zet de ISO waarde op automatisch.

Camera meebewegen

Fotografeer een bewegend onderwerp zoals een auto, fietser of brommer waarbij je de camera mee beweegt, zorg ervoor dat er beweging is te zien maar het onderwerp moet scherp zijn. Schat in hoe snel je onderwerp ongeveer gaat en stel de sluitertijd hierop in. Gaat een auto bijvoorbeeld 30km per uur dan stel je sluitertijd in op 1/30s