Samenvatting videoles sluitertijd

Sluitertijd

  • Met de sluitertijd bepaal je hoe lang de beeldsensor wordt belicht.
  • De sluitertijd wordt onderverdeeld in een lange en een korte sluitertijd.
  • Een sluitertijd onder de 1/125e seconde wordt gezien als een lange sluitertijd
  • Alles boven de 1/125e seconde wordt gezien als een ‘korte’ sluitertijd
Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Korte-lange-sluitertijd.jpg

De Sluiter

  • Bij een spiegelreflexcamera zit er een mechanische sluiter voor de beeldsensor die open gaat zodra er een foto wordt gemaakt. De tijdsduur dat de sluiter open gaat en de beeldsensor belicht noem je de sluitertijd.
  • Bij een systeemcamera zonder spiegelsysteem ontbreekt de mechanische sluiter maar worden de lichtgevoelige cellen van de beeldsensor aangezet zodra er een foto wordt gemaakt, dit wordt een ‘E-Sluiter’. genoemd. Hoe lang de beeldsensor aan gaat noem je de sluitertijd.

Sluitertijden reeks

Net zoals voor de ISO waarde en het Diafragma bestaat er voor de sluitertijd ook een reeks van hele waarden. Iedere stap naar boven is een halvering van de sluitertijd en iedere stap naar beneden is een verdubbeling van de sluitertijd en wordt een stop genoemd. En zoals je inmiddels weet is een stop een halvering of verdubbeling van de tijd.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Sluitertijdenreeks-full-1.png

Voorbeeld

  • Van 1/1000 seconde naar 1/2000 seconde is een halvering van de sluitertijd, de sluiter gaat 2 x zo snel dicht, er komt dus twee keer zo weinig licht binnen, dit noem je een (-1) stop.
  • Van 4 seconde naar 8 seconde is een verdubbeling van de tijd, de sluiter blijft 2 x zo lang open er komt twee keer zoveel licht binnen, dit noem je een (+1) stop
  • Van 1/250 seconde naar 1/1000 seconde zijn 3 stops: Van 1/125 naar 1/250 naar 1/500 naar 1/1000 seconde dit noem je -3 stops, de sluiter gaat 3 keer zo snel dicht en er komt dus 3 keer minder licht binnen.

Instellen

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Instelwiel-S-stand-1024x683.jpg
  • Je kunt de sluitertijd instellen door het programmakeuze wiel bovenop je camera in de S stand (Tv stand bij Canon) te zetten. Nu kun je zelf de sluitertijd instellen en je camera kiest het diafragma.
  • Bij Canon en Nikon kun je nu het diafragma aanpassen door aan het instelwiel bovenop je camera te draaien. Veel andere merken hebben ook een dergelijk instelwieltje op de camera body zitten, kun je het niet vinden check dan even de gebruiksaanwijzing van je camera.

Lange sluitertijd

  • Alles onder de 1/125 seconde wordt gezien als een lange sluitertijd
  • De langste sluitertijd die je op de meeste camera ‘s kunt instellen is 30 seconden
  • Door een lange sluitertijd in te stellen van enkele seconden kun je lichtstrepen fotograferen.
  • Wil je een langere sluitertijd dan 30 seconden dan zul je de camera moeten instellen op de BULB stand, de B stand van je camera.
  • In de B stand kun je de sluiter net zo lang open zetten als je zelf wilt.
  • Bij het werken met hele lange sluitertijden kun je niet zonder statief omdat je foto’s anders bewogen zullen zijn.

Camera meebewegen

  • Je kunt ook beweging vastleggen door je camera mee te bewegen met een bewegend onderwerp.
  • Je stelt scherp op het bewegende onderwerp en trekt de camera in de dezelfde snelheid mee. Het onderwerp blijft scherp maar de omgeving is bewogen, dit geeft veel dynamiek aan een foto.
  • De snelheid van het bewegende onderwerp zul je zelf moeten inschatten, deze geschatte snelheid hou je aan als sluitertijd.
  • Fotografeer je een auto die 80 km per uur rijd dan hou je ongeveer 1/80s aan. Voor een fietser die ca. 20km per uur fiets hou je ca. 1/20. Het is een kwestie van veel proberen.
  • Om de scherpstelling vast te houden kun je de Autofocus van je camera het beste instellen op autofocus voor bewegende onderwerpen. Je camera blijft dan scherpstellen op het bewegende onderwerp. Canon noemt dit Al Servo en Nikon noemt dit AF Continuous (Nikon)

Korte Sluitertijd

  • De kortste sluitertijd is bij de meeste camera’s 1/8000 seconde.
  • Met sluitertijden vanaf ca. ca. 1/1000s tot 1/8000s kun je heel snel bewegende onderwerpen bevriezen.
  • Hoe sneller het onderwerp beweegt hoe korter de sluitertijd moet zijn om de bewegi